De Oude Nozem
Butterfly Division
Op een brommer zonder helm door de regen heen,
zakgeld in m’n zak, maar ik was koning alleen.
Geen wifi, geen likes, geen schermpje in m’n hand,
alleen de straat als speelveld, heel het dorp als mijn land.
Na schooltijd niks te doen, ja verveling als vriend,
uren staren naar de muur, tot je ineens iets verzint.
Een sigaretje achter ’t schuurtje bij het plein,
en dromen van een leven dat nog komen zou .
Was alles nou beter als nozem in de jaren zestig?
Met een kroegentocht op zaterdag, de toekomst nog zo plastic.
Een bandje in de hoek, drie akkoorden, hard en scheef,
maar we zongen uit volle borst, omdat niemand ons iets gaf.
Was alles nou beter toen, of lijkt het maar zo?
Misschien was het gewoon eenvoud, dat maakte het zo mooi.
De kroeg was klein, maar groot in verhalen,
bier op tafel, lerenjas en we rookte hele balen.
We luisterden naar platen, grijs gedraaid en bekrast,
De Stones in de speakers, tot de naald bijna vastzat.
Soms stond er een bandje op een wankel podium,
te hard, te vals, maar dat maakte niets uit, kom op!
We dansten tot sluitingstijd, buiten werd het weer licht,
en liepen zingend naar huis, alsof de wereld net begon.
Was alles nou beter als nozem in de jaren zestig?
Met een kroegentocht op zaterdag, de toekomst nog zo plastic.
Geen plannen voor morgen, alleen vandaag dat telt,
we leefden in het moment, zonder dat iemand ons vertelt.
Was alles nou beter toen, of lijkt het maar zo fijn?
Misschien mis ik gewoon de tijd dat ik nog jong kon zijn.
Nu kijk ik terug met zachte ogen,
vergeet de kou, onthoud de dromen.
Elke tijd heeft z’n strijd, z’n pijn, z’n pracht,
maar toen voelde alles groter, elke dag en elke nacht.
Was alles nou beter als nozem in de jaren zestig?
Of ben ik gewoon nostalgisch en misschien een beetje sentimenteel?
Met verveling als luxe, en vrijheid als ons doel,
we wisten niet wat kwam, maar we volgden ons gevoel.
Nee, misschien was het niet beter, maar het was van mij,
en dat is iets wat je nooit meer op dezelfde manier krijgt.
Dus proost op toen, en proost op nu,
op elke jonge ziel die zoekt wat ‘ie moet doen.
Elke tijd heeft z’n pracht, geloof me maar,
maar die zestiger jaren… die blijven altijd daar.